Classificaties uitgelegd
Kijkwijzer waarschuwt ouders en opvoeders tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen.
Kijkwijzer doet dat ten eerste met het geven van een leeftijdsaanduiding en daarnaast zijn er de pictogrammen die de reden van het advies aanduiden. Maar waarom is er gekozen voor de classificaties AL, 6, 9, 12 en 16 jaar? Welke schadelijke gevolgen kunnen geweld, angst, seks, discriminatie, drugs- en/of alcoholmisbruik en grof taalgebruik hebben op kinderen? Deze vragen zullen we hier beantwoorden.

Klik op hieronder op leeftijden of inhouden voor achtergrond informatie, voorbeelden en uitleg.



Angsteffecten zijn sterk afhankelijk van het cognitieve ontwikkelingsniveau van de kijker. Uit onderzoek blijkt dat volwassenen en oudere kinderen op twee manieren naar een angstaanjagende film kunnen kijken. Ze kunnen emoties toelaten en er lekker voor gaan zitten om te griezelen. Maar ze kunnen ook emotioneel afhaken door te denken dat hetgeen ze zien niet echt is. In deze gevallen passen volwassen kijkers en oudere kinderen een mechanisme toe dat in de Angelsaksische literatuur ‘adult discount’ wordt genoemd.

 
 
Uit onderzoek blijkt dat kinderen onder de negen deze zogenoemde ‘adult discount’ nog niet kunnen inzetten als ze naar fictie kijken. Kinderen onder de negen weten soms best dat iets fantasie is, maar toch kunnen ze die kennis tijdens het kijken nog niet gebruiken bij het verwerken van angstwekkende media-inhouden (Harris, 2000). In Kijkwijzer hebben we hiermee rekening gehouden door specifiek te kijken naar elementen die een aanwijzing geven voor de onechtheid van producties. Uit onderzoek blijkt dat mensen banger worden van gevaren die dicht bij hen in de buurt gebeuren, of in ieder geval voorstelbaar zijn, dan van gevaren die ver van hun bed zijn. Dat geldt voor nieuws en entertainment. Kijkwijzer houdt om die reden rekening met het realisme van de omgeving bij de angstaanjagende scènes. 
 
Angstaanjagende beelden die zich in een alledaagse context afspelen kunnen gemakkelijk worden geassocieerd met voorwerpen of gebeurtenissen die in het dagelijks leven van kinderen gewoon zijn, zoals speelgoed, een schoolgebouw of een strandbezoek. In Poltergeist wordt de angst geassocieerd met de televisie en raakt het speelgoed bezeten van boze geesten. In Jaws wordt de angst geassocieerd met de zee en het strand. Angstreacties blijken intenser en langduriger te zijn als zij na confrontatie met herkenbare situaties of objecten opnieuw worden opgeroepen. Dat verklaart waarom sommige films als Jaws en Psycho eerder tot langdurige en intense angsten leiden dan films met een verre context, zoals Indiana Jones. Daarnaast wordt rekening gehouden met het voorkomen van personages met fantasiekenmerken, omdat de aanwezigheid van zulke karakters een extra mogelijkheid biedt om afstand te kunnen nemen van een angstaanjagende productie. 
 
Binnen de categorie angst zijn verder drie elementen belangrijk: dingen die er beangstigend uitzien,  personen in een productie die angstig zijn of lijden, en geluiden en griezelige horroreffecten. Uit onderzoeken weten we dat dit de drie belangrijkste manieren zijn waarop kinderen bang kunnen worden van mediabeelden  (Valkenburg, 2008): angst door het observeren van ‘enge’ dingen, door het inleven met andere personen en door het interpreteren van (aangeleerde) signalen die een voorbode zijn van angstige elementen of die daarmee gepaard gaan. Bij waarneembare gevaren gaat het om zaken als verwondingen, lijken, zelfverminking en zelfmoord. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met opvallende zaken waarvan bekend is dat zij vooral bij heel jonge kinderen tot angsten kunnen leiden, zoals monsters, heksen, enge dieren en fysieke bedreigingen van kinderen of dieren. Tot slot, horen typische griezeleffecten bij de waarneembare gevaren. Het aanschouwen van zulke situaties en effecten kan bij kinderen tot gevolg hebben dat zij hevig schrikken, zich ongemakkelijk voelen en uiteindelijk zelfs nachtmerries krijgen. Afhankelijk van de intensiteit van deze beelden en de context (type productie en realisme) leidt de aanwezigheid van angstaanjagende elementen tot 6, 9, 12 of 16 jaar. 



Een tweede inhoudskenmerk dat angst verhogend kan werken is het zien van angstige mensen of van personen die ernstig lijden. Vaak worden gevaren in de media afgebeeld via de angsten van hoofdpersonen. Het daadwerkelijke gevaar hoeft dan niet expliciet in beeld te zijn, alleen de angst van de hoofdpersonen is al genoeg om een kijker de stuipen op het lijf te jagen. Het mechanisme dat aan dit proces ten grondslag ligt is empathie met de hoofdpersoon. Empathie met anderen is een aangeboren kenmerk van mensen en treedt al op vanaf zeer jonge leeftijd. Het zien van angstige personen in een mediaproductie kan via de opgewekte empathie bij de kijker gevoelens van onrust overbrengen. De kijker leeft mee met personages in een productie en neemt diens angstgevoelens over. De observatie van iemand die ernstig lijdt, bijvoorbeeld als gevolg van pijn, kan bij de kijker via empathie ook angst opwekken. Het lijden is iets dat afwijkt van het gangbare en onzekerheid over de toekomst in zich meedraagt. Bij het meeleven gaat het overigens niet alleen om mensen, maar ook om ‘anderen’, zoals mensachtigen en dieren. Het gaat immers om de identificatie met psychologische kenmerken van de personages. De kijker kan zich herkennen in de personages en leeft mee. Juist voor kinderen kan het dan ook gaan om niet-realistische, maar wel mensachtige wezens.
 
Een derde kenmerk dat kan bijdragen aan de angstwekkendheid van een productie zijn de geluidseffecten en de muziek. Al in de jaren vijftig vonden Himmelweit, Openheim en Vince (1958) dat kinderen specifieke geluidseffecten, in het bijzonder muziek, angstwekkende elementen van films vonden. Ook andere studies wijzen uit dat het toevoegen van angstaanjagende muziek aan een film de angstreacties erop kan verhogen. In een studie van Thayer en Levenson (1983), bijvoorbeeld, werd gevonden dat de toevoeging van zogenoemde ‘horrormuziek’ aan een documentaire over industriële ongelukken tot meer angst leidde dan de toevoeging van gewone ‘documentairemuziek’.