Classificaties uitgelegd
Als ouder of verzorger wil je je kinderen beschermen tegen schadelijke beelden. Maar hoe weet je of jouw kind al toe is aan het kijken naar die ene spannende serie, of die griezelige film? Ieder kind ontwikkelt zich anders. Sommige kijkers zijn al wat vroeger 'volwassen' dan hun leeftijdsgenoten en lijken nergens van te schrikken. Andere jonge kijkers zijn juist wat gevoeliger: zij raken al van slag van een tekenfilm, die volgens de makers zou moeten passen bij hun leeftijd.
 
Met de hulp van wetenschappers ontwikkelde Kijkwijzer daarom zeven leeftijdscategorieën: alle leeftijden, 6 jaar, 9 jaar, 12 jaar, 14 jaar, 16 jaar en 18 jaar. Deze helpen je als ouder om zelf een beslissing te maken over welke beelden (niet) schadelijk zijn voor jouw kind. In de publieke ruimte - zoals winkels en bioscopen - heeft de overheid een wet verbonden aan de Kijkwijzer-leeftijden.
 
Klik hieronder op leeftijden of inhouden voor meer achtergrondinformatie en uitleg.
 
Alle leeftijdenMogelijk schadelijk tot 6 jaarMogelijk schadelijk tot 9 jaarMogelijk schadelijk tot 12 jaarMogelijk schadelijk tot 14 jaarMogelijk schadelijk tot 16 jaarMogelijk schadelijk tot 18 jaarAngstDiscriminatieGeweldDrugs- en/of alcoholgebruikSeksGrof taalgebruik

Geweld


Audiovisueel geweld kan verscheidene schadelijke gevolgen hebben. Het kijken naar mediageweld kan onder andere (a) de agressie van kinderen aanwakkeren, (b) kinderen afstompen voor geweld, en (c) kinderen angstig maken (Potter, 1999; Nikken, 2007). In Kijkwijzer hebben we met deze drie negatieve effecten rekening gehouden. De classificatie die geweld krijgt is gebaseerd op bestaande theorieën over de invloed van mediageweld op de twee eerste effecten: agressief gedrag en  afstomping. In het onderdeel over angst komt ook geweld in mediaproducties aan bod, maar dan vanuit theorieën over de typen mediageweld die angst bij kinderen van verschillende leeftijden oproepen.
 
Het is bekend dat mediageweld niet altijd tot agressief gedrag en afstomping leidt (Potter, 1999). Een documentaire over de toename van geweld onder jongeren, waarin gewelddadige scènes voorkomen om dit probleem aan de kaak te stellen, is natuurlijk niet te vergelijken met een horrorfilm waarin een hoofdpersoon met een kettingzaag op zijn tegenstanders afgaat. De documentaire is wellicht gemaakt met het doel om geweld te ontmoedigen, terwijl het in de horrorfilm wordt verheerlijkt. Natuurlijk gebruiken kijkers de context waarin het mediageweld wordt uitgevoerd om betekenis te construeren uit de beelden. Uit onderzoek blijkt dat verschillende contextkenmerken van mediageweld de kans op agressief gedrag en/of afstomping verhogen (Potter, 1999). We zullen de belangrijkste contextkenmerken achtereenvolgens noemen.

Een eerste kenmerk dat agressie en afstomping verhoogt, is het realiteitsgehalte van het geweld. Het realiteitsgehalte van mediaproducten bepaalt hun geloofwaardigheid. In dit classificatiesysteem gaan we ervan uit dat geweld dat in de ogen van kinderen niet geloofwaardig is, geen of weinig schadelijke gevolgen voor hen heeft. Men dient hierbij echter te beseffen dat geloofwaardigheid sterk leeftijdsafhankelijk is. Wat volgens volwassenen onschuldig (Power Rangers, Pokémon) of met opzet overdreven is (James Bond), kan voor jonge kinderen wél realistisch en geloofwaardig zijn.

Een tweede kenmerk van mediageweld dat met name afstomping stimuleert is de mate waarin de gevolgen van het geweld in beeld worden gebracht (bloed, ernstige verwondingen, verminkingen). Het vaker zien van dit soort beelden verhoogt de kans dat kijkers afstompen of onverschillig worden voor geweld (zie bijv. Linz et al., 1994).
 
Een derde contextkenmerk waarvan het bekend is dat het agressie verhogend werkt, is de mate waarin de geweldpleger sympathiek is. Hoewel het geweld van slechte schurken of maniakken vaak meer indruk maakt, wordt agressief gedrag vooral bevorderd door het geweld van personen met wie men zich enigszins kan identificeren (Paik & Comstock, 1994).
 


Een vierde contextkenmerk is de mate waarin het geweld gerechtvaardigd is. Vaak is er voor de goede partij in een verhaal een legitieme reden om geweld te gebruiken, bijvoorbeeld om natuurrampen tegen te gaan of onschuldige slachtoffers te redden. Het zien van gerechtvaardigd geweld kan voor jongere en oudere kijkers reden zijn om lichter te denken over geweld in de werkelijkheid (Paik & Comstock, 1994).
 
Het laatste kenmerk is de mate waarin het geweld bestraft wordt. Indien geweld op de een of andere wijze gestraft wordt, verkleint dit de kans op agressiviteit bij de kijker. In mediaproducties behoren de helden van kinderen over het algemeen tot de goede partij. Ze zijn slim, machtig en aantrekkelijk, en worden zelden op hun vingers getikt of gehinderd bij hun gewelddadige acties. Diverse onderzoeken suggereren dat beloond geweld door de goede partij een agressie verhogend effect heeft (bijv. Bandura, 1986).