Klachtenprocedure

South Park


Uitspraak KC: 16-01-2013. Uitspraak CvB: 26-04-2013

Mogelijk schadelijk tot 6 jaar Angst Geweld Grof taalgebruik

Audiovisuele productie: televisieserie ‘South Park’, hierna te noemen: de Serie, uitgezonden op 3 november 2012 omstreeks 18.30 uur, hierna te noemen: de Aflevering 

Beslissing Klachtencommissie

1. De procedure
Klager heeft op 3 november 2012 een klacht ingediend over de Aflevering. 
De voorzitter van de Klachtencommissie heeft de klacht conform artikel 5 lid 1 Klachtenreglement van het NICAM getoetst op formele aspecten en bepaald dat de klacht in behandeling kan worden genomen.  
Beklaagde sub 1 heeft bij brief van 12 december 2012 verweer gevoerd.  Beklaagde sub 2 heeft bij brief van 13 december 2012 verweer gevoerd.  
De Klachtencommissie heeft de klacht behandeld in haar zitting van 18 december 2012.   
Zowel Klaagster als Beklaagde sub 1 als Beklaagde sub 2 heeft, na deugdelijke oproeping, geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt mondeling toe te lichten.  

2. De bestreden audiovisuele productie
De Serie is een animatieserie en gaat over de avonturen van vier kinderen.  Beklaagde heeft de Serie door middel van een steekproef geclassificeerd.

De Aflevering maakt deel uit van het vijfde seizoen dat de classificatie ‘let op met kinderen tot 6 jaar’ heeft op basis van de inhoudscategorieën angst (pictogram: spinnetje) en grof taalgebruik (pictogram: schreeuwend mannetje). 

De Aflevering maakte geen deel uit van de steekproef. 

3. De klacht
De klacht richt zich op de inhoudscategorieën discriminatie en grof taalgebruik. 
Klager vindt dat de serie uitnodigt tot discriminatie en wangedrag. Zo wordt er vaak ‘shit’ gezegd en worden homo’s door de scouting gediscrimineerd. 

4. Het verweer
In het verweerschrift geeft Beklaagde sub 1, hieronder verkort weergegeven, het volgende aan.  
Beklaagde sub 1 heeft op 19 juni 2007 de Aflevering geclassificeerd met de destijds geldende vragenlijst.
De keuring kwam uit op 6 jaar op basis van angst en grof taalgebruik. 
Beklaagde sub 1 is van mening dat zij de vragenlijst juist heeft ingevuld. Inmiddels is het vijf jaar later en is de vragenlijst van Kijkwijzer een aantal keer gewijzigd. Indien de Klachtencommissie van mening is dat de huidige vragenlijst leidt tot een andere classificatie kan dit SBS niet worden aangerekend. Bovendien zendt Beklaagde sub 1 de Serie niet meer uit sinds september 2007. Indien de classificatie dient te worden aangepast, verzoekt Beklaagde sub 1 de Klachtencommissie om in alle redelijkheid te oordelen dat enkel de classificatie dient te worden gewijzigd, zonder dat dit leidt tot een boete. 

In het verweerschrift geeft Beklaagde sub 2, hieronder verkort weergegeven, het volgende aan. 
Beklaagde sub 2 heeft op basis van artikel 4 van het Algemeen Reglement een eerdere classificatie van de Aflevering overgenomen.
Beklaagde sub 2 is te goeder trouw overgegaan tot openbaarmaking van de Aflevering.
Beklaagde sub 2 beroept zich derhalve op artikel 4 lid 1 van het Algemeen Reglement.
Wellicht ten overvloede vermeldt Beklaagde sub 2 hierbij dat zij zich kan vinden in de classificatie van Beklaagde sub 1.
Ook in het geval Beklaagde sub 2 de Aflevering classificeert aan de hand van de thans geldende NICAM vragenlijst, komt zij uit op een classificatie die uitzending op het desbetreffende tijdstip zou toelaten. 

6. Het oordeel van de Klachtencommissie
De Klachtencommissie acht Klager ontvankelijk in zijn klacht.   De Klachtencommissie heeft het huidige classificatieformulier toegepast op de Aflevering en behandelt hieronder de relevante vragen. 

Bij de inhoudscategorie geweld moet vraag 2.2.1. ( Komen in de productie één of meerdere vormen van fysiek geweld voor?) met ‘1 keer of vaker’ beantwoord worden. De Klachtencommissie wijst hierbij op de scène waarin twee jongetjes met elkaar vechten. Vraag 2.3.1. (Zitten er geweldsacties in die indringend zijn?) moet met ‘nee’ beantwoord worden. Vraag 2.4.1. (Zijn er beelden van verwondingen ten gevolge van zichtbare geweldsacties?) en vraag 2.4.2. (Zijn er beelden van ernstige verwondingen ten gevolge van zichtbare geweldsacties?) moeten beiden met ‘nooit’ beantwoord worden.  

Geweldsacties in een animatie leiden in de categorie geweld tot 6. 

In de inhoudscategorie discriminatie moet vraag 5.1.1. (Komen er in de productie discriminerende uitingen of gedragingen voor?) met ‘1 keer of vaker’ beantwoord worden.
In de toelichting op de vragenlijst staat dat onder discriminatie verstaan wordt:
'elke uiting waarin bepaalde bevolkingsgroepen als inferieur worden afgeschilderd op grond van bijvoorbeeld ras, religie, huidskleur, sekse, nationaliteit of etnische afstamming’.

De Klachtencommissie is van oordeel dat er in de Aflevering discriminerende opmerkingen worden gemaakt. In de Aflevering wordt onder andere door twee vaders van de jongens gesproken over de leider van de scouting die homo is en willen de vaders niet dat hun kinderen met de leider gaan kamperen omdat hun zonen dan homo kunnen worden of zich als meisjes gaan gedragen. Vervolgens wordt de leider door de scouting ontslagen omdat hij homo is. De Klachtencommissie is van mening dat onder andere in bovengenoemde scenes sprake is van uitingen waarin bevolkingsgroepen als inferieur worden afgeschilderd.

Vraag 5.1.2. (Worden de discriminerende uitingen of gedragingen geneutraliseerd doordat de discriminatie expliciet wordt afgeraden?) moet met ‘nee’ beantwoord worden. Onder expliciet afraden wordt in de toelichting op de vragenlijst verstaan dat in de productie duidelijk wordt gezegd dat discriminatie iets is wat niet kan of niet goed is.  De Klachtencommissie is van mening dat de discriminerende uitingen niet expliciet afgeraden worden. 

Vraag 5.1.3. (Worden alle discriminerende uitingen en gedragingen gedaan door een niet serieus te nemen antiheld in een comedy?) moet met 'nee' beantwoord worden. Niet alle discriminerende uitingen zijn echter gedaan door anti-helden. De Klachtencommissie wijst onder andere op de scènes die bij vraag 5.1.1. genoemd worden. 

Bovenstaande beantwoording leidt tot 12 op basis van discriminatie.

Met betrekking tot de inhoudscategorie discriminatie merkt de Klachtencommissie op dat de vragen 5.1.1., 5.1.2. en 5.1.3. ten tijde van de classificatie van Beklaagde sub 1 reeds in de vragenlijst voorkwamen en de inhoudscategorie discriminatie dezelfde sleutel heeft in 2007 als in de huidige vragenlijst. De wijziging van de classificatie is dan ook naar het oordeel van de Klachtencommissie niet te wijten aan veranderingen in het classificatiesysteem. 

Vraag 7.1 (Komt er in de productie grof taalgebruik (vloeken, schuttingtaal) voor?) moet met ‘1 keer of vaker’ worden beantwoord. In de Aflevering is onder andere ‘son of a bitch’ te horen.

De overige inhoudscategorieën zijn op de Aflevering niet van toepassing.  

De hoogste leeftijdsclassificatie is bepalend voor de uiteindelijke classificatie, waardoor de classificatie voor de Aflevering uitkomt uit op 12 op basis van de inhoudscategorieën discriminatie en grof taalgebruik. 

De classificatie 12 heeft als consequentie dat de Aflevering conform artikel 3 lid 1 Deelreglement Televisie na 20.00 uur mag worden uitgezonden. 

Beklaagde sub 1 stelt  in haar verweerschrift dat zij de Serie sinds 2007 niet meer
uitzendt.

De Klachtencommissie wijst in dit verband Beklaagde sub 1 op artikel 1 van het Algemeen Reglement dat als volgt luidt: ' De aangeslotene die verantwoordelijk is voor de openbaarmaking van het audiovisueel product, classificeert dit product met behulp van het classificatiesysteem. Indien er reeds een classificatie op het Audiovisueel Product rust, is artikel 4 Algemeen Reglement van toepassing'.

De Klachtencommissie is de mening toegedaan dat op grond van dit artikel de verantwoordelijkheid voor het classificeren bij Beklaagde sub 1 blijft.  

Beklaagde sub 2 heeft de classificatie van de Serie overgenomen van Beklaagde sub 1. Hiermee is er sprake van een situatie zoals opgenomen in artikel 4 Algemeen Reglement dat handelt over de zogenaamde 'eerste classificatie'.

Artikel 4 lid 1 luidt als volgt: 'Indien er sprake is van een eerdere classificatie op het audiovisueel product, neemt de aangeslotene deze in principe over. De aangeslotene kan te goeder trouw overgaan tot openbaarmaking van het audiovisueel product. De aangeslotene mag zich op het bepaalde in dit artikel beroepen als er een klacht wordt ingediend naar aanleiding van de openbaarmaking van het audiovisueel product en draagt de bewijslast. 

7a. De beslissing van de Klachtencommissie ten aanzien van Beklaagde sub 1 Gelet op het hiervoor overwogene acht de Klachtencommissie de klacht gegrond. 
De classificatie van de Aflevering dient uit te komen op ‘let op met kinderen tot 12 jaar’ op basis van de inhoudscategorieën discriminatie en grof taalgebruik.

Beklaagde sub 1 dient binnen vier weken na dagtekening van de uitspraak de door de Klachtencommissie aangegeven classificatie 12 in combinatie met het inhoudspictogram voor discriminatie en grof taalgebruik voor de Film zelf alsnog door middel van het aanpassen van het classificatieformulier in te voeren in de database van het NICAM.

Beklaagde sub 1 dient de Aflevering en derhalve de Serie al dan niet steekproefsgewijs, met inachtneming van deze uitspraak van de klachtencommissie en hetgeen staat verwoord in het Seriebeleid te classificeren.

Met betrekking tot de inhoudscategorie discriminatie, benadrukt de Klachtencommissie dat de vragen (of er in de productie discriminerende en/of seksistische uitingen of gedragingen voorkomen, de discriminerende uitingen en gedragingen expliciet wordt afgeraden en alle discriminerende uitingen en gedragingen gedaan worden door een niet serieus te nemen antiheld in een comedy) reeds bestonden ten tijde van de classificatie van Beklaagde sub 1 in 2007. Tevens hebben deze vragen in 2007 dezelfde sleutel als in 2012.

Per 1 januari 2013 zal artikel 3 lid 3 van het Klachtenreglement in werking treden. Uit artikel 3 lid 3 volgt dat een klacht die betrekking heeft op een Audiovisueel Product dat op het moment van ontvangst van de klacht langer dan vijf jaar geleden is geclassificeerd, in beginsel niet worden voorgelegd aan de Klachtencommissie. Indien die classificatie volgens het Bureau van het NICAM niet (meer) juist is, dan neemt het Bureau van het NICAM contact op met de Aangeslotene met het verzoek de classificatie binnen een week aan te passen. Indien de Aangeslotene de classificatie niet binnen een week  aangepast, wordt de klacht alsnog voorgelegd aan de Klachtencommissie. 

Op grond van het bovenstaande is de Klachtencommissie de mening toegedaan dat er geen sanctie kan worden opgelegd.

7b. De beslissing van de Klachtencommissie ten aanzien van Beklaagde sub 2 Gelet op het hiervoor overwogene acht de Klachtencommissie de klacht ongegrond. 
Beklaagde sub 2 heeft een geslaagd beroep gedaan op artikel 4 lid 1 Algemeen Reglement van het NICAM.

 Partijen hebben, voor zover zij in het ongelijk zijn gesteld, de mogelijkheid tegen deze uitspraak beroep aan te tekenen bij de Commissie van Beroep van het NICAM.  Het beroepschrift dient binnen vier weken na dagtekening van de uitspraak van de  Klachtencommissie schriftelijk bij de secretaris van de Commissie van Beroep te worden ingediend. Het adres luidt: NICAM, Commissie van Beroep, Postbus 322, 1200 AH Hilversum.

 

Beslissing Commissie van Beroep

1.De uitspraak van de Klachtencommissie
Bij beslissing van 16 januari 2013 heeft de Klachtencommissie van het NICAM de klacht van Klager in eerste aanleg met betrekking tot de Aflevering beoordeeld.

De klacht richt zich op de inhoudscategorieën discriminatie en grof taalgebruik.
Klager in eerste aanleg vindt dat de serie uitnodigt tot discriminatie en wangedrag. Zo wordt er vaak ‘shit’ gezegd en worden homo’s door de scouting gediscrimineerd.

De Serie is een animatieserie en gaat over de avonturen van vier kinderen.
  De Aflevering is op 3 november 2012 omstreeks 18.30 uur door Opposant uitgezonden.
De Aflevering maakt deel uit van het vijfde seizoen. 
Het vijfde seizoen is als geheel in 2007 geclassificeerd door een andere omroep. Deze omroep is als mede beklaagde in de procedure bij de Klachtenprocedure betrokken. Deze andere omroep heeft de serie geclassificeerd aan de hand van het destijds geldende classificatieformulier en is uitgekomen op ‘let op met kinderen tot zes jaar op basis van de inhoudscategorie angst met de toevoeging grof taalgebruik.
De Aflevering maakte geen deel uit van de steekproef.
De Klachtencommissie heeft Klager in eerste aanleg ontvankelijk en de klacht gegrond verklaard.

Om de classificatie van de Aflevering vast te stellen heeft de Klachtencommissie het op moment van haar zitting geldende classificatieformulier toegepast op de Aflevering.
De classificatie van de Aflevering moet volgens de Klachtencommissie uitkomen op 12 op basis van discriminatie met als toevoeging grof taalgebruik.  De Klachtencommissie is van oordeel dat in de inhoudscategorie geweld vraag 2.2.1 (Komen in de productie één of meerdere vormen van fysiek geweld voor?) met ‘1 keer of vaker’ moet worden beantwoord. De Klachtencommissie wijst hierbij op de scene waarin twee jongetjes met elkaar vechten. De Klachtencommissie acht het geweld niet indringend en acht geen verwondingen als gevolg van geweld aanwezig.  Dit leidt in de categorie geweld tot 6.
In de inhoudscategorie discriminatie moet vraag 5.1.1 (Komen er in de productie  discriminerende uitingen of gedragingen voor?) met ‘1 keer of vaker’ worden beantwoord. De Klachtencommissie is van oordeel dat in de Aflevering discriminerende opmerkingen worden gemaakt. In de Aflevering wordt onder andere door twee vaders van de jongens gesproken over de leider van de scouting die homo is en willen de vaders niet dat hun kinderen met de leider gaan kamperen omdat hun zonen dan homo kunnen worden of zich als meisjes gaan gedragen. Vervolgens wordt de leider van de scouting ontslagen omdat hij homo is.
De Klachtencommissie is van oordeel dat onder andere in de bovengenoemde scenes sprake is van uitingen waarin bevolkingsgroepen als inferieur worden afgeschilderd.
Vraag 5.1.2 (Worden de discriminerende uitingen of gedragingen geneutraliseerd doordat de discriminatie expliciet wordt afgeraden?) moet met ‘nee’ worden beantwoord.
Onder expliciet afraden wordt volgens de toelichting op de vragenlijst verstaan dat in de productie duidelijk wordt gezegd dat discriminatie iets is wat niet kan of niet goed is.
De Klachtencommissie is van mening dat de discriminerende uitingen niet expliciet worden afgeraden.
Vraag 5.1.3 (Worden alle discriminerende uitingen en gedragingen gedaan door een niet serieus te nemen antiheld in een comedy?) moet met ‘nee’ worden beantwoord. Niet alle discriminerende uitingen zijn gedaan door antihelden. De Klachtencommissie wijst onder andere op de bij vraag 5.1.1 genoemde scènes.
Dit leidt in de categorie discriminatie tot 12.
De Klachtencommissie merkt hierbij op dat vragen 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 ten tijde van de classificatie in 2007 reeds in de vragenlijst voorkwamen en dezelfde sleutel hadden.
Vraag 7.1 (Komt er in de productie grof taalgebruik (vloeken, schuttingtaal) voor?) moet met ‘1 keer of vaker’ worden beantwoord. In de Aflevering is onder andere ‘son of a bitch’ te horen.

Volgens de Klachtencommissie dient de classificatie van de Aflevering derhalve uit te komen op 12 op basis van discriminatie met de toevoeging grof taalgebruik. Deze classificatie heeft als consequentie dat de Aflevering pas na 20.00 uur mag worden uitgezonden.
De Klachtencommissie acht de klacht ten aanzien van de andere omroep (de mede beklaagde) gegrond. Deze andere omroep blijft op grond van artikel 1 van het Algemeen Reglement verantwoordelijk voor de door haar uitgevoerde classificatie.
De andere omroep dient de Aflevering en de Serie al dan niet steekproefsgewijs met inachtneming van de uitspraak van de Klachtencommissie opnieuw te classificeren.
Omdat de classificatie op het moment van ontvangst van de klacht langer dan vijf jaar geleden is verricht, heeft de Klachtencommissie geen boete opgelegd.
Ten aanzien van Opposant acht de Klachtencommissie de klacht  ongegrond omdat zij een geslaagd beroep heeft gedaan op artikel 4 lid 1 van het Algemeen Reglement; zij mocht de eerdere classificatie van de andere omroep te goeder trouw overnemen.
Afschrift van deze beslissing is aan partijen verzonden op 16 januari 2013.

2. De procedure in hoger beroep
Opposant is van de beslissing van 16 januari 2013 in beroep gegaan bij beroepschrift van 19 februari 2013, na verleend uitstel met betrekking tot de beroepstermijn van vier weken.
 
Klager in eerste aanleg heeft naar aanleiding van het verzoek van de secretaris van de Commissie van Beroep laten weten dat hij ervan uitgaat dat de commissie in staat is om op basis van de stukken te beoordelen en verder geen tijd zal steken in deze zaak.  

De mede beklaagde in de procedure bij de Klachtencommissie (de andere omroep, die in 2007 de classificatie heeft verricht en door de Klachtencommissie is verplicht de classificatie van de Aflevering aan te passen) heeft zich in de beroepsprocedure niet gemengd. 

De Commissie van Beroep heeft het beroep behandeld tijdens haar zitting van 21 maart  2013. Klager en Opposant waren niet op de zitting aanwezig.

De Commissie van Beroep heeft acht geslagen op de stukken die op de zaak betrekking hebben, waaronder het dossier van de Klachtencommissie. 

3. De gronden voor het hoger beroep
Tegen de uitspraak van de Klachtencommissie voert Opposant in het beroepschrift de volgende, enigszins verkorte, gronden aan. Het volledige beroepschrift, als ook het eerdere verweerschrift, worden als ingelast beschouwd.
 
Opposant wenst als belanghebbende beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de Klachtencommissie dat de classificatie van de Aflevering dient uit te komen op 12 op basis van discriminatie met grof taalgebruik.

Opposant stelt zich op het standpunt dat de discriminerende uitingen in de Aflevering wel degelijk zijn gedaan door niet serieus te nemen antihelden in een comedy.
Volgens de toelichting op de vragenlijst zijn Al Bundy in Married with Children, Melvin Udall in As Good As It Gets en Basil Fawlty in Fawlty Towers voorbeelden van niet serieus te nemen antihelden in comedy’s. Opposant wenst te benadrukken dat Al Bundy die de rol van vader vervult in Married with Children wel als antiheld wordt gezien maar de vaders van de jongens in de Aflevering blijkbaar niet.
Daarnaast betoogt Opposant dat de discriminerende uitingen in de Aflevering louter educatieve waarde hebben. Na het commentaar van de vaders over de seksuele geaardheid van de scoutingleider komen de kinderen juist voor hun scoutingleider op omdat blijkt dat hij een aardige leider is. Uiteindelijk zien ook de vaders in dat de scoutingleider goed is voor hun kinderen en dat derhalve zijn seksuele geaardheid niet van belang is. Volgens opposant betekent dit dat discriminatie impliciet wordt afgeraden, waardoor kinderen eerdere discriminerende uitspaken hoogstwaarschijnlijk niet series zullen nemen.
Tevens verwijst Opposant naar een tweetal uitspraken van de Klachtencommissie waarbij het begrip ‘antiheld’ wordt getoetst en uitgelegd. Dit betreft de uitspraak van de Klachtencommissie van 30 januari 2003 inzake de film ‘South Park: Bigger, Longer & Uncut’. 
In deze zaak was de Klachtencommissie van oordeel dat de hoofdpersonen bedoeld zijn als komische antihelden en kwam de film in de categorie discriminatie uit op AL.
In de uitspraak van de  Klachtencommissie van 21 november 2012 inzake de film ‘Ted’ oordeelde de Klachtencommissie dat John, Ted en Flash Gordon antihelden zijn. Dit wordt omschreven als ‘personen die door kinderen niet serieus worden genomen’.

Naar de mening van Opposant zullen kinderen de vaders van de jongens in South Park ook niet serieus nemen. Ten eerste vanwege de vormgeving van het uiterlijk van de vaders, namelijk catooneske, dikke, ronde poppetjes, alsmede vanwege de grappige uitvergrote karakters van de vaders.

Op basis van het bovengenoemde verzoekt Opposant de uitspraak van de Klachtencommissie te heroverwegen en de Aflevering te classificeren op 6 op basis van angst met grof taalgebruik. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan verzoekt Opposant het begrip ‘antiheld’ nader uit te leggen zodat zij haar codeurs voor toekomstige classificaties kan instrueren.

4. De beoordeling

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van Opposant overweegt de Commissie als volgt.

Volgens artikel 15 van het Klachtenreglement kan de door de Klachtencommissie geheel of gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij in beroep komen bij de Commissie van Beroep.
Opposant heeft in de procedure bij de Klachtencommissie een beroep gedaan op overname te goeder trouw van de door een andere omroep verrichte classificatie 6 jaar op basis van angst met de toevoeging grof taalgebruik. De Klachtencommissie heeft dit beroep gehonoreerd en ten aanzien van Opposant de klacht ongegrond verklaard. In die zin is Opposant niet in het ongelijk gesteld.
De omroep die de classificatie in 2007 heeft verricht, zendt de serie niet meer uit. Opposant zendt momenteel de serie waarvan de aflevering deel uitmaakt, momenteel uit. In geval dat de classificatie uitkomt op 12 jaar, mag de Aflevering pas na 20.00 uur worden uitgezonden. Bij de Klachtencommissie heeft Opposant aangevoerd dat zij zich kan vinden in de door de andere omroep verrichte classificatie  6 jaar op basis van angst met de toevoeging grof taalgebruik. Op dit punt is Opposant in het ongelijk gesteld. De Klachtencommissie oordeelde immers dat de classificatie uit moest komen op 12 discriminatie met grof taalgebruik. De Commissie van Beroep besluit gelet hierop dat Opposant ontvankelijk is in haar beroep.
 
Ten aanzien van de aangevoerde gronden tot vernietiging van de beslissing van de Klachtencommissie overweegt de Commissie het volgende.

Het is de taak van de Commissie van Beroep de uitspraak van de Klachtencommissie te toetsen aan de hand van het beroepschrift en de reglementen van Kijkwijzer.  
Uit het beroepschrift maakt de Commissie van Beroep op dat Opposant het niet eens is met de door de Klachtencommissie in de inhoudscategorie discriminatie gegeven classificatie.
Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt.

Bij het invullen van de vragenlijst worden in de categorie ‘discriminatie’ de volgende drie (reeds ten tijde van de classificatie in 2007 voorkomende) vragen gesteld, die bepalend zijn voor de classificatie in deze categorie.
Vraag 5.1.1. luidt: ‘Komen er in de productie discriminerende uitingen of gedragingen voor?’
Volgens de toelichting op de vragenlijst wordt onder discriminatie verstaan elke uiting waarin bepaalde bevolkingsgroepen als inferieur worden afgeschilderd op grond van ras, religie, huidskleur, sekse, nationaliteit of etnische afstamming.
Indien deze vraag met ‘1 keer of vaker’ wordt beantwoord, verschijnt vervolgens vraag 5.1.2.
Vraag 5.1.2 luidt : ‘Worden de discriminerende uitingen of gedragingen geneutraliseerd doordat de discriminatie expliciet wordt afgeraden?
Onder expliciet afraden wordt volgens de toelichting op de vragenlijst verstaan dat in de productie duidelijk wordt gezegd dat discriminatie iets is wat niet kan of niet goed is.
Voorbeeld van een productie waarin discriminatie expliciet wordt afgeraden is 12 Angry Men. 
Indien deze vraag met ‘nee’ wordt beantwoord, verschijnt vervolgens bij het invullen van de vragenlijst vraag 5.1.3.
Vraag 5.1.3 luidt : ‘Worden alle discriminerende uitingen en gedragingen gedaan door een niet serieus te nemen antiheld in een comedy?’
Volgens de toelichting op de vragenlijst zijn voorbeelden van niet serieus te nemen antihelden in comedy’s Al Bundy in Married with Children, Melvin Udall in As Good as it Gets en Basil Fawlty in Fawlty Towers.

Volgens de wetenschappelijke onderbouwing van het Kijkwijzersysteem is een mogelijk schadelijk gevolg van discriminatie dat kinderen de discriminatie als gewoon of zelfs als nastrevenswaardig zien. Producties waarin gediscrimineerd wordt, krijgen in principe de classificatie 12 behalve indien de discriminatie expliciet wordt afgeraden of wanneer deze geschiedt door een niet serieus te nemen personage met wie kinderen zich niet snel identificeren. Dan krijgt de productie AL.

In het onderhavige geval is de Commissie van Beroep het met de Klachtencommissie eens dat vraag 5.1.1. met ‘1 keer of vaker’ moet worden beantwoord. Dit wordt door Opposant ook niet betwist. In de Aflevering worden discriminerende opmerkingen gemaakt door de vaders van de jongens over de scoutingleider die homo is en Big Gay Al wordt genoemd én door de scouting leiding die de leider ontslaan omdat hij homo is.
Zo zegt één van de vaders in de bar: ‘ik heb ook niets tegen homo’s maar mag die kerel volgende week gaan kamperen met onze jongens?’ en zegt een andere vader ‘jongens spiegelen zich allemaal aan hun leiders, straks zijn ze allemaal verwijfd’.
Verder wordt in het gesprek waar de scouting leider bij de uit drie mannen bestaande directie van de scouting moet komen, door de directie o.a. het volgende gezegd: ‘mannen die openlijk gay zijn mogen geen lid zijn van de scouting’ en ‘u moet zich realiseren dat we bepaalde ideeën aanhangen. Wij vinden dat homoseksualiteit immoreel is.’

De Commissie van Beroep is, anders dan de Klachtencommissie, van oordeel dat vraag 5.1.2. (Worden de discriminerende uitingen of gedragingen geneutraliseerd doordat de discriminatie expliciet wordt afgeraden?) met ‘ja’ moet worden beantwoord.
In deze Aflevering wordt, zoals wel vaker in de serie South Park,  een maatschappij-kritisch onderwerp aan de orde gesteld. Dit betreft de vooroordelen tegen de scoutingleider omdat hij homo is. Er vindt een discussie plaats tussen de ouders over het feit dat de scouting leider homo is. De scouting directie ontslaat de scoutingleider omdat hij homo is. De kinderen van South Park komen in  opstand tegen het ontslag van Big Gay Al.  Er wordt een gerechtelijke procedure tegen de scouting aangespannen, die in het voordeel van Big Gay Al wordt beslist.
De Commissie van Beroep is van oordeel dat de discriminerende uitingen niet alleen impliciet maar ook expliciet worden afgeraden. In de onderhavige Aflevering is sprake van expliciet afraden.
Zo zegt een van de vaders in de bar n.a.v. de opmerkingen van de andere vaders als bij vraag 5.1.1 weergegeven: ‘wat een onzin’ (that’s ridiculous).
En in de scéne bij het gerechtsgebouw zegt de rechter: ‘vanwege de overweldigende steun besluit dit hof dat de scouts Big Gay Al en alle homo’s moeten toelaten’.
Een van de vaders zegt dan: ‘we hebben ons lesje geleerd. Homo’s zijn niet persé kinderlokkers. Hetero’s kunnen dat ook zijn.’
De vrouw buiten voor het gerechtsgebouw zegt: ‘de democratie heeft gewonnen. De scouts zijn ontmaskerd als vuile homohaters.’
Volgens de Commissie van Beroep wordt hiermee in de Aflevering duidelijk gezegd dat discriminatie van homoseksuelen iets is wat niet kan of niet goed is.
Dit afraden wordt overigens ondersteund door het beeld van de drie mannen van de scouting directie met hun hoofd in een schandpaal met daarop geschilderd de tekst ‘homophob’.
Volgens de vragenlijst is niet vereist dat dat iedere vorm discriminatie direct in dezelfde scene expliciet wordt afgeraden.

Nu deze vraag met ‘ja’ moet worden beantwoord, behoeft vaag 5.1.3. (Worden alle discriminerende uitingen en gedragingen gedaan door een niet serieus te nemen antiheld in een comedy?) geen beantwoording meer, zodat de Commissie van Beroep niet meer toekomt aan het door Opposant hieromtrent gestelde.

 
De Commissie van Beroep is het derhalve niet eens met de door de Klachtencommissie genomen beslissing dat de classificatie uit moet komen op 12 discriminatie. In dit opzicht slaagt het beroep en wordt Opposant in het gelijk gesteld.

De beslissing van de Klachtencommissie dat de classificatie van deze aflevering in de inhoudscategorie geweld uitkomt op 6 en dat sprake is van grof taalgebruik en dat de omroep die in 2007 de aflevering met inachtneming van deze uitspraak dient aan te passen voor wat dit betreft,  blijft onverminderd van kracht.
De andere omroep zal van deze beslissing van de Commissie van Beroep op de hoogte worden  gesteld met de mededeling dat de beslissing van de Klachtencommissie op het punt van discriminatie wordt vernietigd, zodat ze wat dit betreft niet behoeft aan te passen. 
 
 De Commissie beslist derhalve  als volgt.
 
5. De beslissing van de Commissie van Beroep

De Commissie van Beroep vernietigt  de beslissing van de Klachtencommissie van 16 januari 2013 voor zover dit betreft de inhoudscategorie discriminatie. In de inhoudscategorie discriminatie  dient de classificatie uit te komen op Alle Leeftijden en niet op 12 jaar.  

Voor het overige blijft de beslissing van de Klachtencommissie onverminderd van kracht.

De  omroep die in 2007 de aflevering heeft geclassificeerd en als mede beklaagde in de procedure bij de Klachtencommissie is betrokken, zal van deze beslissing op de hoogte worden gesteld.   
 

Hilversum, 26 april 2013  
 




Terug naar overzicht